| Knoflookvariėteiten. | |||||
| Knoflook is er in veel variėteiten en soorten. | |||||
| Knoflook met de botanische naam Allium sativum is onder te verdelen in twee hoofdgroepen en tien subgroepen; | |||||
![]() |
|||||
| Allium sativum sativum. | |||||
| Deze hoofdgroepgroep vormt geen bloeiwijze en wordt ook wel softneck genoemd. | |||||
| In deze groep zijn twee subgroepen, Artichoke en Silverskin. | |||||
|
Allium sativum ophioscorodon. Deze hoofdgroep vormen wel bloemstengels met een bloemknop en worden ook wel hardneck genoemd. In deze groep zijn vijf subgroepen, Rocambole, Porcelain, Purple Stripe, glazed Purple Stripe en Marbled Purple Stripe. |
![]() |
||||
|
3
subgroepen zijn nog niet goed te plaatsen. Deze subgroepen zijn halfbloeiers. In warme landen bloeien ze vaak niet. In gematigde streken bloeien ze vaak wel. De subgroepen zijn. Turban en Asiatic, Creole. |
![]() |
||||
|
|
|||||
| Knoflook kan alleen vegetatief vermeerderd worden. In de bloeiwijze van de ophioscorodon komen wel bloemen voor maar deze vormen geen zaad. In plaats van zaad vormen ze in de bloemtop naast bloemetjes broedbolletjes. | |||||
| Dit zijn op zaad lijkende bolletjes, echter genetisch geheel identiek aan de moederplant. | ||||||
![]() |
![]() |
![]() |
||||
| Met speciale behandeling onder bepaalde omstandigheden, kunnen er van enkele soorten zaden gekweekt worden . Dit vraagt echter zoveel moeite dat dit commercieel (nog) niet aantrekkelijk is. | ||||||