knoflookteelt plantgoed onkruidbestrijding oogsten ziekten roest  
 

Knoflookteelt

Knoflook kan in principe op alle gronden groeien, mits de grond goed waterdoorlatend is. Het beste resultaat wordt verkregen goed ontwaterde, vruchtbare zand- en/of lichte leemgrond. De pH waarde ligt  tussen 6,5 à 7. Op zwaardere kleigrond kan het ook, maar meestal is deze te nat in de winter. De grond moet goed vruchtbaar zijn. Goed verteerde stalmest of andere organische mest kan het beste één jaar van tevoren op de plaats waar knoflook moet komen te staan, worden aangebracht. Vruchtwisseling is nodig om tal van aantastingen te voorkomen. Zet knoflook niet elk jaar op dezelfde plaats. Pas na zes jaar kan knoflook weer op dezelfde plaats worden geteeld.
     
Plantgoed naar boven
Grote tenen zijn het beste als plantgoed te gebruiken. De kleinere teentjes geven na de teelt ook alleen maar kleine bollen. De tenen kunnen in twee perioden worden geplant:
najaar: oktober, november. Om nog een redelijke opbrengst te halen mag dit niet tot later dan half december worden uitgesteld. Wanneer toch later wordt geplant kan structuurbederf optreden, waardoor de opbrengst lager uitvalt. Vooral op wat zwaardere grond is dat het geval.
Bollen die in het najaar zijn geplant, kunnen goed tegen vorst. De opbrengst van in het najaar geplante bollen blijkt groter te zijn.  
voorjaar: maart –april. Als de teentjes in maart -april worden geplant, wordt de bol niet zo volgroeid.
Plantafstand: 15 x 10 of 30 x 8 centimeter. Plant de teen niet dieper dan vijf centimeter in de grond.
Knoflook op ruggen planten heeft voordelen. In het voorjaar warmen ruggen sneller op, en bovendien waait de wind ze sneller droog, waardoor het oogsten makkelijker en sneller gaat.
In een vollegrondsteelt komen de teentjes op bedden te liggen om structuurbederf zoveel mogelijk te ontlopen. De hoogste opbrengst wordt gehaald met 60 à 70 planten per m2. In de praktijk staan er 35 à 40 planten op een vierkante meter. De opbrengst zal bij dit plantgetal lager zijn, maar de bollen zijn wel groter. Grote bollen zijn bovendien beter te bewaren, omdat de schimmeldruk lager is als de planten in een ruimer verband staan.
Onder normale omstandigheden is op bedden een plantdiepte van 5 cm voldoende. Op ruggen hangt het van omstandigheden af hoe diep wordt geplant. De teentjes op ruggen worden daarnaast ook met 5 tot 10 cm grond bedekt
Op lichtere grond kan men wat dieper planten, zodat de teentjes over voldoende vocht kunnen beschikken. Staan de planten te ondiep, dan kunnen ze bovendien omvallen. Wanneer op wat zwaardere grond te ondiep wordt geplant, kunnen bij droogte scheuren in de grond ontstaan. De bollen komen dan bloot te liggen en verkleuren rood. In beide gevallen wordt de kwaliteit van het product minder.
Plant de teentjes met de punt omhoog. Plant u in het voorjaar, dan stopt u ze ongeveer 2 à 3 cm diep met de punt net onder de grond. Vreest u te natte grond tijdens de winter, plant dan op licht verhoogde ruggetjes.

 tekening: Karin Verberne

Het plantgoed kan eventueel worden ontsmet tegen schimmels met baking soda. Doe een eetlepel baking soda per liter water en laat de tenen daar ongeveer 2 uur in weken tot de vliezen makkelijk van de tenen afkomen. Haal alle vliezen van de tenen en laat ze vervolgens 3 tot 5 minuten in alcohol weken, dan onmiddellijk planten.
    naar boven
Onkruidbestrijding    
Een knoflookgewas heeft een open stand, waardoor het snel in het onkruid kan lopen. Onkruid is onder controle te houden door in ieder geval met een onkruidvrij perceel te beginnen. Vruchtwisseling speelt daarbij een erg belangrijke rol. Handmatig wieden is dus de boodschap. Omdat knoflook oppervlakkig wortelt, wordt diep schoffelen afgeraden. In de teelt op ruggen kan een aantal keren worden aangeaard, tot het gewas zich voor het grootste deel sluit. Schoffelen in combinatie met aanaarden is voor deze teelt een goede methode om onkruid te onderdrukken. Mulchen of het bedekken van de aarde met organisch materiaal is niet alleen goed tegen het onkruid maar helpt ook goed om de grond te beschermen tegen directe weersinvloeden en is voor knoflook zeker aan te raden.
    naar boven
Oogsten  
Van de tenen die in het najaar in een kas zijn geplant, kan vanaf maart tot mei worden geoogst. Tenen die in de volle grond zijn geplant, kunnen vanaf juli worden geoogst. Van de 'voorjaarstenen' kan vanaf juli tot oktober worden geoogst.
Zodra tweederde van de plant geel verkleurt, is knoflook gereed om met loof en al te worden gerooid. Rooi ze voorzichtig  om de bollen niet te beschadigen en laat de oogst aan de wind drogen zonder nat te worden. Als het bolomwindsel mooi wit is en vliezig aanvoelt, moeten de bollen nog in huis (schuur, garage, zolder) nadrogen. Bos de bollen op tot een mooie knoflookstreng of verwijder het loof en bewaar ze apart van elkaar.
    naar boven
Ziekten  
 
Knoflook is gevoelig voor aaltjes en witrot.

Witrot is een Sclerotinia-schimmel waar geen bestrijding tegen mogelijk is. Een ruime vruchtopvolging - eenmaal in de zes jaar - verdient dan ook aanbeveling; niet alleen met knoflook, maar ook met andere uiachtige gewassen.

   
  veld met witrot Witrot   naar boven
Koprot (Botrytis): Remedie: vroegtijdig oogsten, voorkom beschadigingen en bollen droog bewaren.
 
Roest op knoflook
Te herkennen aan aanvankelijk gele plekjes op het blad die later roestkleurig worden en opruwen. Wanneer de roestplek roestig wordt is er sprake van spoorvorming. Roest is een schimmel die zich op deze manier voortplant. Verspreiding van roest vindt alleen plaats bij vochtig weer met temperaturen tussen 15 en 20o C. De ziektedruk is te verminderen door steeds oogstresten op te ruimen en een deel van het jaar geen gewassen uit de allium familie op de tuin te hebben. Bieslook moet wanneer deze is aangetast regelmatig zo kort mogelijk worden teruggesneden. Deze ziekte verspreidt zich niet via zaad of de grond en wanneer goed wordt vercomposteert worden ook in de composthoop een groot deel van de kiemen gedood. Bij ui is de ziekte zelden een probleem. Roest is soortspecifiek, de roest die op andere plantenfamilies voorkomt, zoals bonenroest, kan knoflook niet besmetten. Roest kan men ook beschouwen als een afrijpingsziekte. Het treedt vooral op bij oudere gewassen in de herfst. Er wordt wel beweerd dat overmatig stikstofgebruik roestvorming bevorderd omdat het bladweefsel dan zwakker is. Dat is zeker zo maar matig bemesten alleen is niet voldoende. Een te langzaam groeiende plant zal zich minder goed kunnen herstellen en wordt in haar stilstand ook snel slachtoffer van allerlei aantastingen. Net als bij wortelvlieg, uienvlieg en phytofthora geldt ook voor deze aantasting dat een open winderig klimaat in de moestuin de ziektedruk helpt verminderen. Dit komt doordat in een luchtige tuin de gewassen eerder opdrogen.
Maatregelen; We kunnen bij slechte weersomstandigheden weinig ondernemen tegen de aantasting. Belangrijk zijn een goede hygiëne, het opruimen van alle resten van aangetaste planten. Aantasting kan worden uitgesteld door bladversterkende middelen zoals heermoes-thee, waterglas of gesteentemeel. Ook Pilz Vorsorge op basis van kruiden, biologische lijm en zeewierextract werkt preventief. (verkrijgbaar bij Boerengoed).
roest
    naar boven